In het kader van het vismigratieplan ‘Ruim baan voor vis in Rivierenland’ realiseerde Van der Ven voor het Waterschap Rivierenland, nabij het  H.A. van Beuningengemaal, de grootste en unieke vispassage. Hierdoor kunnen vissen voortaan tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de Linge migreren. De aanleg van de passage is een maatregelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) ter verbetering van de ecologische kwaliteit van het watersysteem. De waterkwaliteit en kwantiteit wordt geoptimaliseerd voor het totale ecosysteem. Het leefgebied wordt door de passage aanzienlijk vergroot en de vispopulatie wordt op peil gehouden.  

Aan de noordzijde van het gemaal is een 130 meter lange vispassage gerealiseerd. Vanuit de primaire watergang De Linge wordt daarvoor een bypass gegraven. Vervolgens wordt het water via een bakconstructie met trappen geleid naar een buisleiding ø1000 mm. Deze buisleiding kruist de regionale waterkering van het Amsterdam-Rijnkanaal ARK. Halverwege de buisleiding sluit de leiding aan op een afsluitput. In de afsluitput zijn twee afsluiters geplaatst die de leiding bij hoogwater kunnen afsluiten. Aan het uiteinde van de buisleiding is wederom een bakconstructie aangebracht met 4 trappen waarna het water in het ARK uitstroomt. Tijdens het realiseren van de vismigratieoplossing in de eerste helft van 2016, werd een noodweg aangelegd, zodat het H.A. Beuningengemaal te allen tijde bereikbaar is gebleven. De uitvoering van de werkzaamheden was te volgen via een webcam, na oplevering is hier een prachtige timelapse van gemaakt.  

Sinds het voltooien van dit project in juni 2016, draagt de passage ervoor zorg dat vissen het gehele jaar door kunnen migreren in beide richtingen van de Linge en het Amsterdam-Rijnkanaal.